zondag 31 mei 2009

Onderzoek in het binnenland

We zijn weer terug van een week in het binnenland. Daar hebben we meegewerkt aan een onderzoek. Er wordt bekeken of er een relatie is tussen het kwik in het lichaam en het neuropsychologisch functioneren. De bevolking krijgt veel kwik binnen doordat ze veel vis eten uit het stuwmeer. In die vissen zit veel kwik, vooral door vervuiling van goudwinning.

We sliepen op Ston Island aan het stuwmeer, daar waren we toevallig ook met Piet en Tineke geweest. Het onderzoek vond plaats in Brownsweg, 20 minuten rijden van Ston Island.
We kwamen zondag aan, maandag was onze eerste onderzoeksdag. Maandag zaten we in een RK-school en de kerk die ernaast stond. De rest van dagen in een EBG (Evangelische Broeder Gemeente)-school en kerk.

De RK-kerk naast de school, waar we de eerste dag hebben getest


Opstelling van het testmateriaal midden in de kerk

De EBG-kerk naast de andere school

Brownsweg
Het dorp Brownsweg heeft ongeveer 5000 inwoners. Het bestaat eigenlijk uit verschillende dorpen, maar dat is niet te zien. Het zijn transmigratie-dorpen, eigenlijk lagen de dorpen op de plek waar het stuwmeer nu is. Toen het stuwmeer kwam, moesten de mensen verhuizen, een aantal dorpen zijn dus nu samen Brownsweg geworden.

Soms moesten we mensen bij huis ophalen die mee deden aan het onderzoek. In het dorp vroegen we aan mensen die we tegenkwamen waar die persoon is/woont. Er wordt wat gewezen en even later nog eens vragen. Die mensen schreeuwen dan de naam van de persoon en zo vonden we de mensen.
De huizen zijn houten hutjes tussen de 12 en 20 vierkante meter met een zinkplaten dak, waar vaak wel een stuk of vijf kinderen inwonen. Een aantal straten zijn helemaal recht, wat ongewoon is voor dorpjes in het binnenland. Dat komt omdat de huisjes er allemaal in 1 keer neergezet zijn toen het stuwmeer kwam. Maar achter de kaarsrechte straten staan de hutjes weer kriskras door elkaar. Je ziet overal was hangen of liggen en regentonnen voor water. De mensen tref je vaak aan zitten voor hun hutje, bezig met vlechten van haren of de baby’s drinken geven. Je ziet jonge meisjes vanaf een jaar of zes op hun jongere broertjes en zusjes passen en die verzorgen. Mannen zie je nauwelijks, die zijn aan het werk of ergens anders. Er is geen oplossing voor afval. Afval wordt verbrandt of zo ergens neergegooid. Dat werd ook met onze etensbakjes gedaan, toen we vroegen waar we het moesten laten.




School
Vergeleken met de stad zijn de basisscholen in het binnenland een stuk beperkter. De enige twee basisscholen van het dorp zijn groot, de een ca. 600 leerlingen en de ander iets minder. Naast die twee basisscholen is er geen vervolgonderwijs. De dichtstbijzijnde MULO is meer dan een uur rijden. Veel kinderen stoppen na de basisschool dan ook met school. En ook is het niet vanzelfsprekend dat kinderen naar de basisschool gaan. In Brownsweg zitten de scholen overvol. Wanneer je te laat bent met inschrijven en het vol zit, kan het zijn dat het kind niet naar school kan. Maar ook kan het zijn dat het schoolgeld te duur is, helemaal wanneer een moeder een stuk of wat kinderen heeft. We kwamen verschillende kinderen bij het onderzoek tegen die niet naar school gingen. Maar ook kinderen van 14,15,16 of zelfs 17 die nog op de basisschool zaten. Kinderen kunnen meerdere keren blijven zitten en meisjes stoppen soms ook een tijd met school omdat ze kinderen krijgen.

Omdat er te weinig klaslokalen zijn, was één klas in een huisje en een andere klas kreeg les in de kerk. Een klas bestaat uit alleen (kapotte) tafels en stoelen, een stoel en tafel voor de onderwijzer en een schoolbord en meer was het niet. Met veel geprop passen alle kinderen net in de lokalen. Sommige kinderen moeten onder tafels doorkruipen om van hun plek vandaan te komen.

Klasje in de hoek van de kerk

Vooral de EBG-school, waar de meeste dagen zaten, was ‘bijzonder’. ’s Morgens stelden alle 600 kinderen zich buiten in rijen op, er werden liedjes gezongen, de vlag werd gehesen tijdens het zingen van het volkslied (vlaggenparade). Ook ons groepje stond ‘s ochtends mee te zingen bij de vlaggenparade. En de directeur deed zijn mededelingen. Mededelingen die volstrekt onnodig waren om aan de hele school te vertellen, mededelingen die continu herhaald werden, en sprak de leerlingen boos toe als ze zich niet goed hadden gedragen. Tijdens het hele ochtendritueel schreeuwde de directeur van alles toe: dat er harder moest worden gezongen, dat de rijen rechter moesten en dat ze stil moesten zijn. Na de pauze moesten alle kinderen zich weer in rijen op stellen.

Vlaggenparade: de vlak wordt gehesen en het volkslied wordt gezongen

's Ochtends en na de pauze moeten de kinderen in rijen staan

In de klassen was ook geen sprake van positieve stimulatie. Bij het ophalen van de kinderen uit de klassen, merkte je dat continu weer. Juffen schreeuwden dingen als: ‘kan je dat niet eens lezen’, ‘hij is echt heel dom’, ‘hij is een slechte jongen, hij steelt’, ‘sneller werken’ etc. etc. Continu kleineren en laten weten wat ze allemaal niet goed doen, in die dagen geen één juf iets positiefs tegen/over de kinderen horen zeggen. Ondanks het autoritaire gebeuren was het toch bijna altijd een chaos in de klassen, je ziet ze weinig momenten echt werken. En zo gauw de juf even weg is, wordt het een totale chaos. Veel tijd in de klas gaat ook op aan zingen en bidden in de klas, wat een paar keer per dag gebeurd. Op bidden leek het totaal niet, want het was een enorm geschreeuw. Bij het halen van de kinderen uit de klassen, wisten de juffen soms nauwelijks of dat kind wel of niet in de klas zat en of het kind in een andere klas van de school zat wisten juffen vaak helemaal niet. Een van de juffen was ziek, voor die klas staat dan gewoon geen juf. Ook zie je regelmatig juffen bellen in de klas.

Pauze

Door de schoolblouses zien de kinderen er op het eerste gezicht netjes uit. Maar wanneer je ze van dichtbij ziet, zie je dat hun kleren vaak kapot en vies zijn. Kinderen hebben soms kleren aan die totaal niet passen en die met riemen of andere hulpmiddelen soms een klein beetje blijven hangen.


Toen we twee kleutertjes haalden, zei de juf dat ze nog even moesten plassen. De kindjes hurkten naast de school en er werd gewoon in het gras geplast.
Kinderen uit dorpen verder weg worden gehaald en gebracht met de ‘schoolbus’. Een vrachtwagen met daarin wat ramen en wat bankjes. De wagen kwam propvol te zitten, hij rijdt al terwijl er nog kinderen instappen en bij het rijden hangen te kinderen half uit de ramen. Sommige kinderen moeten wel een uur met de ‘bus’ naar huis hobbelen.

De schoolbus
Kindertjes die altijd bij de bus waren (kinderen van de chauffeur?)

Onderzoek
Over het onderzoek: Er was een neurologisch en een neuropsychologisch deel. Wij organiseerden samen met een Surinaamse student het neurologisch deel. Vier andere Surinaamse studenten deden het neuropsychologisch deel. We namen verschillende testjes af zoals, balans, gevoel en ze moesten verschillende bewegingsopdrachten doen. Het afnemen van de testen verliep goed, ondanks dat de meesten nauwelijks Nederlands spreken, terwijl dat wel de taal is die er op school wordt gesproken. Soms ook kinderen van een jaar of 11 die nauwelijks Nederlands spreken. Dan vraag je je af hoe dat kan na al jaren basisschool. De mensen die de testen ondergingen zeiden en vroegen vaak weinig. Geen vragen wat en waarom je dingen doet. Bij de kinderen merk je helemaal dat ze bangig zijn voor volwassenen.

Diadochokinese: bewegingen maken met de voet

Figuren voelen

Meten van ataxie: stippen zetten met de vinger



Meten van tremor: kijken of het blaadje gaat trillen

Balanceren met de ogen dicht

’s Ochtends deden we de kinderen van de scholen, ’s middags kinderen en vrouwen. Of het een vrouw was of een meisje was vaak enorm moeilijk te zien. Zolang meisjes hun schoolkleren aan hebben, kan je zien dat het om een kind gaat. Maar als meisjes ’s middags komen met soms meerdere kinderen, zie je echt niet meer hoe oud ze zijn. Alleen door de geboortedatum wist je hoe oud ze waren. Vaak zagen we meisjes van een jaar of 14, 15, 16 die kinderen hadden of hoogzwanger waren, we zagen oma’s van nog geen 30 jaar. Vrouwen zien er vaak een stuk ouder uit, soms zijn ze nog geen 30 en missen meerdere tanden. Het lastige van de geboortedatums was, dat heel veel mensen dat niet weten. Ze weten niet in welk jaar ze geboren zijn en ook niet op welke dag en maand. Zowel veel volwassenen als kinderen wisten dat niet. Dan moest het familieboekje erbij gehaald worden om het op te zoeken.
We zagen pangi’s (omslagdoeken) in alle kleuren, bijna niemand heeft een rok of broek aan. En vlechtjes in allerlei variaties op het hoofd gebonden.




Ston Island
We sliepen in een hutje direct aan het meer en hadden daarnaast nog een eet/kookhut. Elke ochtend zagen we de zon boven het meer opkomen en als we ’s middags een beetje op tijd waren, konden we nog even baden in het meer.

Ons huisje

Toen we een avond pas tegen een uur of 7 terug naar Ston Island gingen, hoorden we een raar geluid onder het busjes vandaan komen, waarschijnlijk van een beest. Even later leek het geluid meer van binnenuit de bus te komen. Het geluid kwam steeds terug. Het was een enorm gegil in de bus, we zaten met de voeten op de bank, zelfs net voordat we uitstapten hoorden we het weer, dus iedereen sprong er snel met een grote sprong uit. Maar we konden niks vinden, dus weten niet om wat voor beest het ging.

We hebben de eerste paar dagen veel meer mensen kunnen testen dan gepland was, dus hadden we een middag eerder vrij. We zijn gaan varen over het stuwmeer. Een rare todo (kikker) zorgde voor heel wat paniek in de boot. Er werd gegild, en er werd met een plank op los geslagen. Blijkbaar is een rare kikker iets om bang voor te zijn. We zijn onderweg ook gaan zwemmen en gaan hengelen. Stuk voor stuk werden de pirengs (piranha’s) uit het water gehaald. En minstens net zo vaak beten de pirengs de kip gewoon van de haak af. Een stuk of 10 vissen, viste onze groep uit het water, die later werden schoongemaakt en werden gebakken door studenten van onze groep.






Vis werd gebakken

Want naast het werken met de binnenlandse bevolking, hebben we deze week dus ook kennis gemaakt met een groep Surinaamse studenten. De meeste van die studenten waren trouwens ouder dan ons. Interessant ook om hun verhalen te horen, hoe ze leven, studie combineren met werk, gemotiveerd voor hun studie zijn, ongeveer allemaal studiewerk mee hadden, en doelbewust bepaalde dingen doen. En je merkt dat zij net als ons dachten over dingen als de omgang met de kinderen in het binnenland.

Marit, Joep, Gini, Reschma, Marilva, Evert, Telina, Lisette (uitvoerder van het onderzoek)

Het was dus weer een bijzondere week!

Liefs Marit en Joep

vrijdag 17 april 2009

Piet en Tineke in Suriname!

17 april - 8 mei 2009

Onderweg
Piet en Tineke zitten in het vliegtuig, eindelijk! Gisteren belden ze, en gaven aan dat ze 10 uur vertraging zouden hebben. Gelukkig wisten ze het van te voren, zodat ze wat later richting Schiphol konden. Maar de vertraging bleek nog wat meer te worden... Op een gegeven moment kregen we smsje van Piet en Tineke dat ze aan het boarden waren, dus dat klonk goed.
Wij hadden de hele dag al druk SLM zitten bellen. Je moet al behoorlijk veel moeite doen om iemand aan de lijn te krijgen. Als je dan iemand krijgt, zeggen ze dat je over een uur of over een halve dag terug kan bellen, dat zij nog van niks weten... Maar op een gegeven moment zeiden ze dat ze vertrokken waren, na veel gezeur zij de telefoniste dat ze in de lucht waren, maar dat de aankomsttijd nog niet bekend was en dat het vliegtuig ook nog terug kon keren (?).
Een paar minuten daarna het volgende smsje: 'Stiekem mobiel weer aan. 21.30 uur startpoging geweest, vuur uit motor, onrust, gaan terug naar gate. Wordt vervolgd!'.
In een aantal smsjes krijgen we nog wat meer informatie, mensen mogen er uit die willen, technische dienst die aan het gerusstellen is, veel consternatie, warmte, dorst in het vliegtuig. Maar technische dienst keurt alles goed, en vliegtuig vertrekt. Om half 4 ('s nachts) Surinaamse tijd (half 9 's ochtends Nederlandse tijd) zal hij landen. Eindelijk wilde SLM dat vertellen.
Dus dat was vast een vermoeiende tocht voor Piet en Tien. Wij zo even slapen, en dan richting vliegveld.

Piet en Tineke hebben wel heel vroeg in hun reis moeten beleven dat je in Suriname nooit weet wat je te wachten staat...

Door de dagelijkse aantekening van Piet en het typewerk van Tineke, hebben we een enorm verhaal.

Matapica

Het uitstapje van het eerste weekend hebben we ondanks de rare nacht toch door laten gaan. Aan het einde van de ochtend vertrokken we. Onderweg vertraging door een bekeuring van de politie voor het niet bij ons hebben van autopapieren. Na wat groente kopen langs de weg kwamen we aan in Mariënburg (Commewijne). Daar stoken we met een bootje de rivier over naar plantage Johanna Margaretha. Vanaf daar vertrokken we met kleinere bootjes naar Matapica.

Een obstakel onderweg



We vaarden een groot deel van de tijd door ‘swamp’: moerasgebied met hele smalle vaargeultjes, tussen de bomen en planten door.

Na zo'n 1,5 uur waren we er.

We hadden een hut op het strand met daarin kleine tentjes. Piet en Tineke maakten kennis met de hangmat.

’s Middags nog heerlijk over het strand gewandeld. Vlakbij het strand zagen we een reuzenschildpad zwemmen.



’s Avonds gingen we het strand op om reuzenschildpadden (leatherback-schildpadden) te zoeken. Al heel snel vonden we een aantal. Voor onze neus waren ze bezig met eieren leggen.

Na een nacht vol muskieten namen we ’s ochtends een duik in de zee. Daar genoten we een behoorlijke tijd van de heerlijke golven!

Marit verdwijnt in een golf

Daarna gingen we samen met een jongen van Stinasu (Stichting Natuurbehoud Suriname) eieren verplaatsen van de schildpadden die de afgelopen nacht de eieren te dicht bij de kust hadden gelegd. Dat betekende dat we de eieren moesten zoeken, opgraven (per nest wel meer dan honderd eieren) en iets verder het strand op weer een nieuw gat moesten graven.


Het tweede nest vonden we niet. Maar de jongen van Stinasu zag wel een schildpad aan land komen. Nu in het licht was geweldig te zien hoe het beest een gat maakt en eieren legt.
’s Middags weer terug in het bootje met onderweg veel vogels.




Ston Island
Na nog een paar daagjes werken voor Marit en Joep en wat uitstapjes rond de stad voor Piet en Tineke vertrokken we naar het binnenland. We maakten een trip van 7 nachten.



Onze eerste stop was Ston Island aan het stuwmeer. Daar kwamen we naar een uur of drie op de enorm hobbelige en slechte bauxietweg rijden. Op Ston Island hadden we een mooi houten hutje en daarnaast nog een enorme hut voor onze hangmatten.

Onze hutjes




De volgende dag zijn we met de bootsman/beheerder ‘Man’ over het stuwmeer gaan varen. We zijn aan land gegaan bij een kleine waterval. We zijn over rotsen en door het bos een heel stuk naar boven geklommen. Onderweg grote felblauwe vlinders en een kleine slang. Verder nog naar de houtzagerij aan het meer gevaren, waar het hardhout uit het meer wordt verwerkt.



Bij het kamp kwamen we een luiaard tegen die uit de boom klom en naar het water ging.


’s Middags hebben we een wandeling gemaakt. Marit zag een aapje en een boshond! ’s Avonds de brulapen gehoord en grote vuurvliegjes vlogen rond.





Gunsi
Na twee nachten Ston Island rijden we verder richting Atyoni.

No even tanken bij het pompstation in Brownsweg

We rijden verder over nog slechter wordende weg met af en toe bijna onneembare hindernissen. Na een uur rijden blijkt dat we nog geen 15 km hebben afgelegd. We komen grote stukken blubber tegen. Daarin zitten grote sporen van de vele vrachtwagens die met de weg bezig zijn. De sporen zijn zo diep dat het lastig is voor ons nu klein lijkende wagentje. Meerdere keren stappen we uit om te kijken hoe we er door moeten: rechtsom, linksom, middendoor, waar moeten de wielen, zodat we niet vast komen te zitten. Met veel geglibber en gehobbel, de 4wheeldrive aan en de rijkunst van Joep komen we door heel wat moeilijke stukken. Eén keer kwamen we vast te zitten. We probeerden de hoge vrachtwagensporen te omzeilen, reden langs de zijkant, maar de auto gleed weg in de greppel. Wij waren net begonnen met de auto uitladen om een schep en planken te zoeken, toen een andere auto voorbij reed en ons er zo uit trok. We konden weer verder, en gelukkig hadden we het ergste stuk gehad.



We werden uit de greppel getrokken

Na nog een aantal uur rijden kwamen we aan in Atyoni, waar de weg ophoudt en we met de boot naar Gunsi vaarden.




In Gunsi slapen we in twee houten hutjes op een heuvel, met uitzicht op de rivier. Tijdens het bijkomen van de rit komen verschillende mensen kennis maken, waaronder de oude moeder van beheerder Wally.

Even uitrusten, op de achtergrond onze hutjes


Uitzicht op de Ferulasi-stroomversnelling

Bij onze dorpswandeling in het kleine dorpje Gunsi (ca. 150 inwoners) lopen we naar de kreek aan het eind van het dorp, daar worden we door een bewoonster gewaarschuwd niet te ver het bos in te gaan in verband met de spoedig invallende duisternis.



De volgende dag hebben we met gids Gilbert door het woud gewandeld. Piet en Tineke zijn druk met allerlei bosdingen verzamelen. We zien een grote slang weg schieten en een ander reptiel.



Na de wandelingen duiken we voor afkoeling in de rivier.

Plaatselijke jongetjes laten zich in het water vallen vanuit de boom

Kokkin Maria leert ons spullen op het hoofd dragen



Brian, de speelse kleinzoon van beheerder Wally


De volgende dag wandelen we zelf door het bos naar een nabijgelegen groter dorp (Nieuw Aurora/Laduani).



Aan de rand van het dorp leert een vrouw met bijl op haar hoofd ons goedemorgen zeggen in het Sarramacaans. Daarna worden we door het dorp geleid door vier dorpsjongetjes. Na een tijdje rondleiden maken ze steeds sterker duidelijke dat ze wel iets terug verwachten. Aan het eind krijgen ze een flesje sap en zijn tevreden. Op de terugweg naar Gunsi stapt Piet bijna op een kleine slang.






’s Middag zitten we klaar om met de boot verder stroomopwaarts te gaan

Pikin Slee
We gaan naar lodge ‘Pasensie’ in Pikin Slee, waar Kence het beheer heeft.


We kiezen voor een mooi houten hutje aan de rivier. Naast onze hut zijn rastafari’s (kunstenaars/houtbewerkers) bezig die meubels maken van hardhout.




Net na aankomst zijn er een aantal enorme windvlagen. Voor de lodge valt een halve boom neer, de kinderen hebben gelijk weer iets om mee te spelen.

De volgende dag laat Kence ons Pikin Slee zien. We zien hoe de bewoners van het dorp bezig met allerlei dagelijkse klussen. We zien onder andere verschillende stappen van bereiding van cassavebroden, oliebereiding uit diverse noten, drogen van pinda’s en rijst, kokosnoten.
Er lopen erg veel kinderen rond. De cultuur van de Marrons/ bosnegers staat de man meerdere vrouwen toe, mits hij er dan wel voor zorgt dat elke vrouw een huisje, een kostgrondje en wat kinderen krijgt.


Cassave wordt verwerkt tot cassavebrood


De broden liggen te bakken op de hete platen


Rechts het huis van de man, daarnaast 2 huisjes van zijn vrouwen

Moeder met haar kindjes op het wachtbankje voor de polikliniek van het dorp

Heerlijke cocosnoten!


Op de grond ligt rijst te drogen

Kinderen spelen in het museum in aanbouw in Pikin Slee

’s Middags met Frans, bejaardenverzorger uit Pikin Slee, door het bos en langs kostgrondjes naar het dorpje Futunakaba gelopen. Frans vertelt honderduit over van alles en nog wat, vertelt waar hij zich druk over maakt, onder andere over de rijstpelmachines die niet worden gebruikt. In Futunakaba maken we kennis met de kapitein van het dorp en worden we ook voorgesteld aan bijna elk ander persoon die we tegenkomen. We kopen onderweg handgemaakte houten peddels. Op de terugweg is Frans helemaal de koning te rijk als hij ontdekt dat hij met een echte dokter op stap is! Hij heeft als bejaardenverzorger allerlei vragen voor de dokter, over groenten, het geven van vitaminen, over het praten met bejaarden en over het bijhouden van gegevens in boekjes.





Babunhol
De volgende dag varen en rijden we weer een stuk richting stad. De weg is op de heel slechte stukken intussen wat verbeterd, zodat het rijden wat sneller verloopt. We overnachten in ‘Babunhol’, daar zijn we de enige gasten. Na aankomst zwemmen we in de Surinamerivier.


Piet leert een cocusnoot openhakken

Na al die dagen in het binnenland van de plaatselijke kokkinnen gegeten te hebben, moesten we nu zelf koken. Vleermuizen en fel oplichtende vuurvliegen vlogen ’s nachts rond.
De volgende ochtend een pannenkoeken-ontbijt, bij gebrek aan brood. Daarna een wandeling met heel wat geklauter over en onder gevallen boomstammen. Na afkoeling in de Suriname-rivier, weer inpakken en terug naar de stad.






Twee daagjes in en rondom de stad
Wat we deden: Uitslapen, uitrusten, wassen, uit eten, auto van rood weer groen maken en nadenken over de volgende dagen. Ook nog een dag wezen varen.


We zijn met de boot naar Braamspunt gevaren, een vissersdorpje opgebouwd uit golfplaten. Er wordt op eenvoudige manier gevist, netten met stokken in zee. Bij de hutten worden de vissen en garnalen gedroogd. Een babbeltje maken, vinden de vissers wel leuk. Een van hen leidt ons naar een plek waar een leatherback-schildpad eieren heeft gelegd. Hij verteld dat andere mensen het nest al leeggemaakt hebben.

Vis ligt te drogen bij Braamspunt



De dolfijnen laten zich deze keer moeilijk zien. Onderweg komen we er gelukkig toch nog een aantal tegen onderweg naar Frederiksdorp. Frederiksdorp is een plantage waar de huidige eigenaar die er nu 28 jaar woont een aantal huizen in authentieke staat heeft gerestaureerd. De tuin ziet er ook schitterend uit, de plantage is nu een wildernis.


Een enorme leguaan kwamen we tegen

Frederiksdorp



Saraban
We gaan 2 nachtjes richting West Suriname. We rijden door bos en savanne. Ook deze weg had grote gaten en kuilen! We overnachten twee nachten in hangmatten in kamp Saraban in ressort Bigi Poika. Daar zijn we de enige gasten. De beheerder zit een paar km verder op, maar verder is er niemand in de nabije omtrek.


We zijn op oriëntatietocht het kreekje tegenover de hut overgegaan. Het ‘pad’ liep al snel dood. Oversteken over een lange omgevallen boomstam vonden wij -op Joep na- iets te risicovol.




Aan het eind van de middag werd hout gesprokkeld en ’s avonds genoten wij van een zelf aangelegd vuur.


De nacht in de hangmatten ging prima (mede dankzij de Borgoe-cola voor het slapen?). De geluiden uit het woud komen indrukwekkend de hut binnen. Vogels, kikkers, kevers en de brulapen lieten luid en duidelijk van zich horen.


’s Morgens nadat Joep een vislijn had uitgezet, zijn we met de auto een pad afgereden. Plotseling staken vier vreemde diertjes het pad over. Iedereen was zo verrast dat niemand snel genoeg was met fotograferen. Verschillende ‘paden’ bewandelt, maar de paden veranderden snel in bos. Daarna nog wat rondgereden langs een weiland/boerderij, daar zagen we merkwaardige ‘hangoor’koeien.



Bij terugkomst viel de visvangst tegen. Waarschijnlijk door het gebruikte materiaal.
Voor het vuur weer hout gaan verzamelen. Er werden steeds grotere boomdelen opgehaald, die achter de auto werden versleept naar onze hut.


Tineke zorgde voor een lekkere maaltijd (gebakken in pindakaas wegens het ontbreken van olie). Deze werkzaamheden deden we nog snel voor het donker worden, omdat er geen licht was, alleen zaklampen, kaarsjes en ’t vuur. Het nachtvuur zorgde weer voor een gezellige afsluiting van deze dag.



De volgende ochtend nog even van ons plekje in de natuur genoten. Bij vertrek kwamen we weer een beest tegen waar we geen naam voor hebben.

Piet legt de planken op de brug wat recht

Onderweg naar de stad zijn we langs de indianennederzetting ‘Mantamo’ gereden, waar de kleine gemeenschap als bestaansmiddel voornamelijk het pottenbakken heeft.


De laatste dagen
De laatste dagen waren wij weer aan het werk en is Piet vooral druk bezig geweest met de politie in verband met de ‘laten liggen’ camera. Het bewijs voor de verzekering ophalen ging niet zomaar, daarvoor is Piet drie keer op het bureau geweest. Er moest eerst onderzoek plaatsvinden. Piet is mee geweest op ‘onderzoek’ met de politie. Samen met de politieman ging hij naar de Vlinderkwekerij waar de camera misschien een paar weken geleden was laten liggen. Ook werd de taxichauffeur gebeld waar ze mee waren gereden. Na een paar uur was dit onderzoek afgerond en kon Piet met zijn papiertje weer naar huis.
Vrijdag naar het vliegveld. Op weg ernaartoe was het behoorlijk druk, maar we waren gelukkig niet de laatsten. Van de incheck-rij konden ze gelijk door naar de douane-rij. Deze keer ging het vliegtuig precies op tijd. Vandaag hoorden we dat Piet en Tineke heel wat controles hebben ondergaan, fouilleren, handbagage uitpakken, koffers open, controleren van de rumflessen op coke.

Het was een geweldige tijd, met voor ons allemaal nieuwe en bijzondere belevenissen. We hebben heel wat afgereisd en daardoor veel gezien en meegemaakt. Het was echt genieten! Het was erg leuk om Piet en Tineke te laten zien waar wij nu al bijna een jaar wonen.