zaterdag 15 augustus 2009

Jelmer en Arien in Suriname

Een kleine 2 weken waren Jelmer en Arien in Suriname. Met zijn 4-en hebben we weer een stukje Suriname verkend.

De eerste dag zijn Jelmer en Arien op Marit’s werk gaan kijken, het revalidatiecentrum en de mytylschool hebben ze gezien. Jelmer en Arien hebben bij een behandeling van een jongen van de mytylschool goed meegeholpen.




Marowijne en Taphanahony
De volgende dag vertrokken we voor een vijfdaagse trip. We werden opgehaald door een busje, haalden daarna nog we een ander stel op en als laatste zouden we nog een groepje ophalen. Daar ging het mis. We stopten bij een van de duurste hotels in de stad en daar stond een gezin klaar met een hotelmedewerker met een kofferkarretje waar een hele hoop tassen netjes op waren gezet. Het was een 15-persoons bus, we zaten er in met 8 mensen (inclusief chauffeur en gids), dus er was nog plaats over voor het gezin van 5 personen, maar die weigerden om in te stappen. Ze vonden dat het niet past, het was te klein, ze wilden een eigen bus. Ze deden niet eens een poging om te kijken of het past. Wat moeten zulke mensen in het binnenland, vraag je je af. Na 1,5 uur wachten kwam een ander busje, het busje met het voedsel. Dus alles overladen en het gezin ging daarin, niet dat ze daar zoveel ruimer zaten, maar goed.


We gingen op weg naar Albina, een plaatsje in het oosten van het land, aan de grens met Frans-Guyana.



Daar stapten we op de boot de Marowijne-rivier op. Al snel kregen we een bakje heri heri: aardappelen, casave en bananen. Na een paar uur varen kwamen we bij de eerste sula (stroomversnelling). Af en toe vroeg je je echt af of het mogelijk was om met de boot door de sula's heen te gaan, maar elke keer lukt het weer. Soms kwamen er wel enorme golven de boot binnen, waardoor je drijfnat werd. Verder kwamen we onderweg aapjes tegen en af en toe dorpjes waar vrouwen de was en vaat in de rivier aan het doen zijn en kinderen lekker aan het baden zijn.





Aan het eind van de dag kwamen we aan bij het eerste kamp, kamp Wadaa. Wij vieren kregen een hangmattenhut, samen met Hans en Anneke, het stel wat ook mee was. Al snel begeven we ons met Hans en Anneke in de plaatselijke bar.




De volgende ochtend maken we een boswandeling, daarna gaan we naar een grote stroomversnelling waar we lekker in kunnen zwemmen.


Op weg naar hun kostgrondje



’s Middags helpt Arien de plaatselijke bevolking met cassave schillen, Marit vermaakt de plaatselijke kindertjes en Joep en Jelmer zijn heerlijk aan het relaxen.





Aan het eind van de middag gaan we het dorp bezoeken (Loka Loka), het grootste deel van het dorp ligt aan de overkant van de rivier. We zien het hele proces van cassave bewerken, houten hutjes, vele vele kinderen, waarvan een deel ons tijdens de wandeling gezelschap houdt, aapjes als huisdier, haren die gevlochten worden omdat de volgende dag weer een werkdag is.




’s Avond nog een gezellige avond, met djogo’s op de stijger, met de ondergaande zon. Plaatselijke jongetjes helpen de bar weer te bevoorraden, ze komen bij ons op de stijger zitten en zingen in het donker ‘tuintje in mijn hart’ en andere Surinaamse liedjes, waaronder het volkslied, vervolgens laten wij hun het Nederlands Volkslied horen. Een mooi gebeuren op de stijger.




De volgende ochtend bezoeken we de basisschool, die precies naast het kamp staat. ’s Ochtends eerst de vlaggenparade: de kinderen staan netjes in rijen opgesteld, de vlag wordt gehesen en het volkslied wordt gezongen. Daarna mededelingen van de directeur en vervolgens gaan de kinderen netjes in de rij naar hun klas. De directeur ontvangt ons hartelijk en we mogen zo in alle klassen kijken. Een aantal klassen hebben geen docent, dus Arien neemt het even over, hij oefent met lezen en zet een klas waarbij alle kinderen maar wat door elkaar lopen aan het werk met bord tekenen.




Daarna gaan we verder met de boot. De ‘zeur’ familie laten we achter, Hans en Anneke gaan ook verder. We varen weer een aantal uren. Er komen steeds meer en steeds heftigere stroomversnelling. De ene keer raken we een rots, onder of naast de boot, de andere keer gaan we de sula op, maar varen in plaats van naar voren naar achteren door de stroming, de tweede poging lukt het wel. Regelmatig plensen water naar binnen, zwemvesten moeten aan, handen binnenboord, we moeten in het midden gaan zitten en rustig blijven zitten bij de hevige sula’s. Onderweg wordt de schroef van de motor vervangen omdat er een deel vanaf is gebroken. De reserveschroef mist ook al een deel, maar na wat bijslijpen kunnen we weer verder. Onderweg komen we veel plateau’s/boten van goudzoekers tegen. We stoppen nog bij verschillende eilanden (Gakaba, Stoelmanseiland en een eiland om te lunchen).



En na weer even varen komen we uit bij Futupasi. Daar is een hele grote stroomversnelling, waar je niet met de boot langs kan. Dat betekent dat we alle spullen uit de boot moeten tillen en een paar honderd meter verderop alles weer inladen in de volgende boot. Behoorlijk zweten met al die spullen in de felle zon.




Na nog een paar sula’s komen we aan bij ons eindpunt Drietabiki. We richten onze hangmattenhut aan de rivier in en gaan dan snel de stromende rivier in om af te koelen. ’s Avonds nog een gezellige avond met Hans en Anneke, met djogo’s, hele verhalen en een zang-optreden van Hans.


De volgende ochtend verkennen we het dorp Drietabiki: papegaaien, vruchten, school, mooie polikliniek, offerplaats en wederom ontelbare kinderen. Jelmer doet het goed bij de kinderen in Drietabiki, hij neemt een hele zwerm mee en doet een spel in het zand.

De schoolboot










Daarna gaan wij weer een stuk terug varen en Hans en Anneke gaan verder. Onderweg bekijken we nog hoe de goudwinning gaat en bezoeken we een dorp in Frans-Guyana. Aan het eind van de dag komen we weer aan in kamp Wadaa, waar we heerlijk in de rivier zwemmen.






De volgende dag varen we weer richting Albina en daarna gaan we weer naar de stad.








Dagje in en om de stad
Deze dag een beetje bijkomen de trips voor de volgende dagen voorbereiden. Aan het eind van de middag gaan we nog naar de oude suikerfabriek in Marienburg. Een overenthousiaste Javaanse ex-medewerker van de suikerfabriek vertelt ons het één en ander.


Met de auto op pad: Blaka Watra, Jodensavanne, Carolinakreek, mountainbiken bij Palulu-camping
Na wat laatste inkopen vertrekken we uit de stad. We gaan naar een aantal plekken/gebieden toe, waar wij ook nog niet eerder zijn geweest. We rijden de Afoebakkaweg op, heel anders dan de vorige keer dat we die reden, want inmiddels is de eerste 20 km geasfalteerd. Zo'n verschil! De afslag die we nemen is wel weer een oranje bauxietweg. Deze weg gaat door een aantal inheemse dorpjes en door het bos. We komen bij de Suriname-rivier, daar is een half afgebouwde brug, daarom moeten we met het pondje. Auto op de pond en naar de overkant. Maar dan is er een probleem, de auto start niet meer. Daar staan we dan, op de pond. Wat sleutelen aan de contacten van de accu levert deze keer niks op. De auto die ook op de pond staat helpt ons om van de pond af te komen. Van de pond naar het land is een erg steil stukjes. De auto trekt, de rest van de mensen duwen de auto naar boven, jammer genoeg geen foto, want we waren te druk met duwen. Verschillende Surinamers werpen een blik onder de motorkap.




We komen tot de conclusie dat de startmotor los zit. Het lastige is dat je daar niet zomaar bij komt en het niet zo’n eenvoudige klus is om even snel te regelen. De pondbestuurder vertelt dat er over een paar uur een monteur komt.

Intussen is Joep gaan hengelen.

En inderdaad, die komt over een paar uur, zonder veel vertraging. Onder de auto kost het enige moeite om los te krijgen wat los moet. Dan komt de startmotor te voorschijn die 3 schroeven mist en daarom helemaal uit elkaar hangt. De monteur gaat weer naar de overkant om schroeven te zoeken en zet daarna weer alles in elkaar. En na nog wat prutswerk onder de auto, start de auto weer! Inmiddels zijn Jelmer en Arien weer terug van een lange wandeling naar Jodensavanne.

Na even rijden komen we aan bij het kampje Blaka Watra. Gelukkig kunnen we er terecht, want omdat we geen telefoonnummer hadden, zijn we er zo naar toe gegaan. We hangen onze hangmatten op in een hut met een redelijk dak, baden lekker in de koude kreek met lekkere stroomversnelling en zetten dan onze bbq aan.



Helemaal propvol lopen we wat over het terrein en buurten even bij de andere 2 groepen die op het kamp zijn. Een Hindoestaanse groep verwelkomt ons hartelijk. Binnen de kortste keren roepen ze ons bij naam, hebben we drankjes in de hand en worden ons bergen eten aangeboden, die we totaal niet kunnen weigeren. Jelmer en Joep eten wat voor de vorm, gelukkig is meenemen van eten in Suriname ook toegestaan, dus nemen Marit en Arien het eten mee. Hoewel we bij de Hindoestaanse familie nog wel de hele avond eten, drinken, muziek en feest konden krijgen, duiken wij onze hangmatten in.


De volgende ochtend lopen we een bospad in, al snel wordt het een pad in wit savannezand en daarna bauxiet.
We komen terecht in een klein inheems dorpje van ca. 100 inwoners (Cassipora).


De basja van het dorp komt ons groeten en we vragen of we een rondje terug naar Blaka Watra kunnen lopen. Omdat dat een lastige route door het bos is, wordt er iemand geregeld die met ons mee kan. Er komt een jongen op een squad aan. We crossen door het bos en over de savanne. Het laatste stuk is niet meer begaanbaar met de squad en lopen we. Erg leuk, zo’n spontane wandeling.



Na afkoelen in de kreek pakken we weer in.



Onderweg kijken Marit en Joep nog bij Jodensavanne (een van de eerste koloniale nederzettingen in Suriname waar overblijfselen van zijn te zien), die Jelmer en Arien de dag eerder al hadden gezien.



Weer gaat de pond niet helemaal vlekkeloos, maar deze keer ligt het niet aan ons. Een lage volgeladen auto wil van de pond afrijden, maar de onderkant raakt het beton van de oever omdat de helling zo stijl is. Daar staat de auto dan, half op de pond, half op de oever, de autobestuurder wordt boos op de pondmedewerker, de autobestuurder wil er niet afrijden, ruzie, geschreeuw, geduw, bijna een complete vechtpartij, wat omstanders nog net weten te voorkomen. Na heel wat gedoe rijdt de lage wagen er toch af.

We rijden weer naar de Afoebakkaweg, rijden de weg een stuk verder en nemen dan een afslag naar links, ook daar zijn we nog niet eerder geweest. We overnachten in een mooi huisje bij Carolinakreek, waar we in de kreek weer kunnen afkoelen. Jelmer en Arien zorgen voor een pannenkoekenmaaltijd.




De volgende ochtend vertrekken we op tijd, even verderop stoppen we bij een kampje om daar te gaan starten met mountainbiken. We doen een mooie, afwisselende route: door het savannezand, over een oude spoorbaan, door het bos, langs dorpjes, onderweg regelmatig omgevallen bomen en kreekjes waar we over en doorheen moeten, en een diep gat zorgt er voor dat Marit over haar fiets heen vliegt. Onderweg stoppen we nog bij een paar huisjes om een kokosnoot te drinken.














Op het kamp aangekomen krijgen we een heerlijke lunch. Na de lunch even afkoelen in de kreek, Arien gaat daarna in de buurt fietsen en ananassen kopen, Jelmer gaat relaxen en Marit en Joep doen nog een tocht. Weer een mooie tocht, modderige bospaden, een beetje regen, het eind door het zachte zand behoorlijk zwaar.
’s Avonds laat komen we weer aan in Paramaribo.


De laatste dagen
Wij gaan weer aan het werk en Jelmer en Arien hebben de laatste 1,5 dag om zelf te besteden. Ze fietsen in en rondom de stad en bekijken nog wat ze willen bekijken.
Dinsdag aan het eind van de ochtend richting vliegveld, waar we deze keer mooi op tijd aankomen.

Het waren weer mooie dagen.

Liefs Marit en Joep

zondag 26 juli 2009

Al weer (meer dan) een jaar in Suriname

Ja ja, inmiddels zijn we alweer meer dan een jaar in Suriname.

Intussen is al een hele hoop ‘gewoon’ geworden, waar we in het begin van opkeken. Aan de andere kant staan we (bijna) elke dag nog voor verbazingen.

Bijvoorbeeld de typemachines. In kantoren van de overheid en ook van het ziekenhuis zien we regelmatig mensen op typemachines werken. En op veel plekken wordt alle administratie in schriftjes gedaan. Om iets te regelen is niet één schriftje nodig, maar vaak meerdere.
Ook blijft het bijzonder om te zien hoeveel mensen wel niet in één auto kunnen. Soms zie je wel acht mensen in een gewone personenauto zitten, waarbij de kinderen dan wat rondspringen in de auto. En toen we naar de film gingen, kwamen we zomaar de president tegen.

En nog steeds genieten we van de vogelgeluiden, het vers fruit uit de bomen op het erf, de papagaaien die dagelijks bij ons overvliegen, elke dag in zomerkleren en slippers aan, ook ’s avonds nog een heerlijke temperatuur, de enorme leguanen die regelmatig door de tuin rennen, relaxen in de hangmat. En daarnaast is het heerlijk om te gaan rijden buiten de stad en dan zo in een totaal andere wereld terecht komen.
En de stad, de chaos, de drukte, maar eigenlijk zo klein, overal waar je naartoe gaat kom je bijna wel weer een bekende tegen.

En inmiddels al zo gewend aan het baden (douchen) met koud water, het verkeer dat links rijdt (als we in het Nederlandse nieuws zien met verkeer dat rechts rijdt, is dat echt even heel verwarrend), het getoeter om allerlei verschillende redenen, de Chinese supermarkten, het betalen met SRD’s met dubbeltjes, kwartjes en guldens, waarbij het grootste briefje 100 SRD is (ca. 25 euro), nooit een jas aan en mee hoeven, de mini-mieren die je overal tegenkomt, en de andere beestjes die we in en om het huis tegen komen zoals reuzenkikkers, kamrawintjes (soort kleine hagedissen).

Surinaamse feestjes blijven ook bijzonder. Eten is er in grote overvloed, je bent nog niet binnen en er wordt al van alles voorgeschoteld, meestal is het zoveel, dat je het totaal niet op krijgt. Maar dat is helemaal niet erg. Want wanneer je weg gaat wordt van alles ingepakt om mee naar huis te nemen. Zo waren we laatst op een feestje van een collega van Joep. We dachten dat het voor haar zelf was, maar het bleek de verjaardag van haar dochter. Moeder had een paar dagen vrij genomen en de beide dochters waren een paar dagen niet naar school geweest. Maar dat was geen probleem, als de vader het maar even kwam melden op school. Op het feestje was het druk, er werd uitgebreid vuurwerk afgestoken, de dochters hadden mooie jurkjes aan, ze waren dagen bezig geweest met de voorbereiding. Andere gasten hadden pannen meegenomen om overgebleven eten mee te nemen. Wij kregen een hele bak vol om mee te nemen.

Langzaam begint ook het besef te komen dat er een keer een einde gaat komen aan de periode hier. Omdat het eigenlijk allemaal veel te snel gaat zo’n jaar, hebben we de periode wat langer gemaakt dan het geplande jaar. Nu zullen we waarschijnlijk begin november uit Suriname vertrekken, in november een reisje in Zuid-Amerika maken (waarschijnlijk Peru), en dan in december weer terugkeren naar Nederland.

Het is gek, om zo opeens overal weer uit te stappen en alles achter ons te laten. We kunnen inmiddels wat Sranan Tongo (Surinaams) verstaan, kennen het volkslied, kennen Surinaamse liedjes, kennen de stad, het land, hebben een heerlijk plekje om te wonen, en dan gaan we weg. En ook raar, omdat er voor ons beiden nog genoeg werk is.

Ook op het werk blijven er allerlei bijzondere momenten bestaan. Het is ongelofelijk wat mensen wel niet allemaal hebben meegemaakt. Je vraagt je af hoeveel mensen in Suriname een makkelijk/rustig leven hebben (gehad). De ene patiënt vertelt dat hij een inbreker doodschoot, toen die wilden binnendringen. Een Hindoestaanse patiënt vertelt dat hij bezig is met het zoeken van partners voor zijn kinderen, en dat het lastig is dat hij nu weinig geld heeft omdat hij dan geen bruidschat kan betalen. Een ander noemt dat hij waarschijnlijk ook al eerder een beroerte had gehad, maar toen is hij niet voor behandeling geweest, want toen zat hij in de gevangenis. Tijdens een behandeling wordt zo voor je neus een kindje met de borst gevoed. Soms nemen patiënten fruit, groente of ander eten mee, soms zoveel dat het voor ons veel te veel is. Daarnaast een kind die de computer op het werk zo mooi vind, hij is jaren oud, een ontzettend lomp beeldscherm, en voor ingewikkelde dingen echt veel te traag, maar het is een computer, en het jongetje vind hem zo mooi. Er zijn maar weinig kinderen die thuis een computer hebben. En een andere jongen verteld dat hij het weekend zijn moeder weer gaat zien, hij heeft haar maanden niet gezien, want zijn woont in het binnenland, en hij in de stad in een internaat. Hij verzamelt zijn schrijfwerkjes om het aan haar te laten zien en doet extra zijn best bij een les.

Komende periode zal ook snel voor bij gaan. Komende week komen Jelmer en Arien voor 13 dagen. In september komen Bartek en Linda 3 weken, waarvan ze een week naar Tobago gaan. En dan gaan wij ook naar Tobago.

En wie weet krijgen we nog meer bezoek.

Verder hier alles prima. De laatste weken is het weer echt warmer aan het worden, en is het nu om kwart over 10 ’s avonds nog wat zweten. We zijn gestart met 2 keer per week spinning, lekker actief bezig dus (gelukkig in de aico).

Hieronder nog wat foto's van de afgelopen weken:

Ria (ergotherapie-assistent) leert Marit bojo maken (typisch Surinaamse koek). Daarvoor moest er heel wat kokos en cassave geraspt worden. Met de bereiding komt Ria helpen (met krulspelden en al):


Hieronder een aantal foto's van Keti Koti (feest in verband met afschaffing van de slavernij), die dag is er overal feest en hebben heel wat mensen traditionele kleding aan:





Een paar weken geleden gingen we een dagje naar het Matapica-strand, samen met een fanatieke Surinaamse kite-surfer. Het waaide jammer genoeg de hele dag niet, dus van kite-surfen is het niet gekomen. Wel lekker gezwommen in de golven, gerelaxed in de hangmat, gevaren door de swamp en zagen ook nog een nestje met 80 schildpadjes uitkomen, die uit het zand kropen en richting zee gingen.








Liefs Marit en Joep

zondag 31 mei 2009

Onderzoek in het binnenland

We zijn weer terug van een week in het binnenland. Daar hebben we meegewerkt aan een onderzoek. Er wordt bekeken of er een relatie is tussen het kwik in het lichaam en het neuropsychologisch functioneren. De bevolking krijgt veel kwik binnen doordat ze veel vis eten uit het stuwmeer. In die vissen zit veel kwik, vooral door vervuiling van goudwinning.

We sliepen op Ston Island aan het stuwmeer, daar waren we toevallig ook met Piet en Tineke geweest. Het onderzoek vond plaats in Brownsweg, 20 minuten rijden van Ston Island.
We kwamen zondag aan, maandag was onze eerste onderzoeksdag. Maandag zaten we in een RK-school en de kerk die ernaast stond. De rest van dagen in een EBG (Evangelische Broeder Gemeente)-school en kerk.

De RK-kerk naast de school, waar we de eerste dag hebben getest


Opstelling van het testmateriaal midden in de kerk

De EBG-kerk naast de andere school

Brownsweg
Het dorp Brownsweg heeft ongeveer 5000 inwoners. Het bestaat eigenlijk uit verschillende dorpen, maar dat is niet te zien. Het zijn transmigratie-dorpen, eigenlijk lagen de dorpen op de plek waar het stuwmeer nu is. Toen het stuwmeer kwam, moesten de mensen verhuizen, een aantal dorpen zijn dus nu samen Brownsweg geworden.

Soms moesten we mensen bij huis ophalen die mee deden aan het onderzoek. In het dorp vroegen we aan mensen die we tegenkwamen waar die persoon is/woont. Er wordt wat gewezen en even later nog eens vragen. Die mensen schreeuwen dan de naam van de persoon en zo vonden we de mensen.
De huizen zijn houten hutjes tussen de 12 en 20 vierkante meter met een zinkplaten dak, waar vaak wel een stuk of vijf kinderen inwonen. Een aantal straten zijn helemaal recht, wat ongewoon is voor dorpjes in het binnenland. Dat komt omdat de huisjes er allemaal in 1 keer neergezet zijn toen het stuwmeer kwam. Maar achter de kaarsrechte straten staan de hutjes weer kriskras door elkaar. Je ziet overal was hangen of liggen en regentonnen voor water. De mensen tref je vaak aan zitten voor hun hutje, bezig met vlechten van haren of de baby’s drinken geven. Je ziet jonge meisjes vanaf een jaar of zes op hun jongere broertjes en zusjes passen en die verzorgen. Mannen zie je nauwelijks, die zijn aan het werk of ergens anders. Er is geen oplossing voor afval. Afval wordt verbrandt of zo ergens neergegooid. Dat werd ook met onze etensbakjes gedaan, toen we vroegen waar we het moesten laten.




School
Vergeleken met de stad zijn de basisscholen in het binnenland een stuk beperkter. De enige twee basisscholen van het dorp zijn groot, de een ca. 600 leerlingen en de ander iets minder. Naast die twee basisscholen is er geen vervolgonderwijs. De dichtstbijzijnde MULO is meer dan een uur rijden. Veel kinderen stoppen na de basisschool dan ook met school. En ook is het niet vanzelfsprekend dat kinderen naar de basisschool gaan. In Brownsweg zitten de scholen overvol. Wanneer je te laat bent met inschrijven en het vol zit, kan het zijn dat het kind niet naar school kan. Maar ook kan het zijn dat het schoolgeld te duur is, helemaal wanneer een moeder een stuk of wat kinderen heeft. We kwamen verschillende kinderen bij het onderzoek tegen die niet naar school gingen. Maar ook kinderen van 14,15,16 of zelfs 17 die nog op de basisschool zaten. Kinderen kunnen meerdere keren blijven zitten en meisjes stoppen soms ook een tijd met school omdat ze kinderen krijgen.

Omdat er te weinig klaslokalen zijn, was één klas in een huisje en een andere klas kreeg les in de kerk. Een klas bestaat uit alleen (kapotte) tafels en stoelen, een stoel en tafel voor de onderwijzer en een schoolbord en meer was het niet. Met veel geprop passen alle kinderen net in de lokalen. Sommige kinderen moeten onder tafels doorkruipen om van hun plek vandaan te komen.

Klasje in de hoek van de kerk

Vooral de EBG-school, waar de meeste dagen zaten, was ‘bijzonder’. ’s Morgens stelden alle 600 kinderen zich buiten in rijen op, er werden liedjes gezongen, de vlag werd gehesen tijdens het zingen van het volkslied (vlaggenparade). Ook ons groepje stond ‘s ochtends mee te zingen bij de vlaggenparade. En de directeur deed zijn mededelingen. Mededelingen die volstrekt onnodig waren om aan de hele school te vertellen, mededelingen die continu herhaald werden, en sprak de leerlingen boos toe als ze zich niet goed hadden gedragen. Tijdens het hele ochtendritueel schreeuwde de directeur van alles toe: dat er harder moest worden gezongen, dat de rijen rechter moesten en dat ze stil moesten zijn. Na de pauze moesten alle kinderen zich weer in rijen op stellen.

Vlaggenparade: de vlak wordt gehesen en het volkslied wordt gezongen

's Ochtends en na de pauze moeten de kinderen in rijen staan

In de klassen was ook geen sprake van positieve stimulatie. Bij het ophalen van de kinderen uit de klassen, merkte je dat continu weer. Juffen schreeuwden dingen als: ‘kan je dat niet eens lezen’, ‘hij is echt heel dom’, ‘hij is een slechte jongen, hij steelt’, ‘sneller werken’ etc. etc. Continu kleineren en laten weten wat ze allemaal niet goed doen, in die dagen geen één juf iets positiefs tegen/over de kinderen horen zeggen. Ondanks het autoritaire gebeuren was het toch bijna altijd een chaos in de klassen, je ziet ze weinig momenten echt werken. En zo gauw de juf even weg is, wordt het een totale chaos. Veel tijd in de klas gaat ook op aan zingen en bidden in de klas, wat een paar keer per dag gebeurd. Op bidden leek het totaal niet, want het was een enorm geschreeuw. Bij het halen van de kinderen uit de klassen, wisten de juffen soms nauwelijks of dat kind wel of niet in de klas zat en of het kind in een andere klas van de school zat wisten juffen vaak helemaal niet. Een van de juffen was ziek, voor die klas staat dan gewoon geen juf. Ook zie je regelmatig juffen bellen in de klas.

Pauze

Door de schoolblouses zien de kinderen er op het eerste gezicht netjes uit. Maar wanneer je ze van dichtbij ziet, zie je dat hun kleren vaak kapot en vies zijn. Kinderen hebben soms kleren aan die totaal niet passen en die met riemen of andere hulpmiddelen soms een klein beetje blijven hangen.


Toen we twee kleutertjes haalden, zei de juf dat ze nog even moesten plassen. De kindjes hurkten naast de school en er werd gewoon in het gras geplast.
Kinderen uit dorpen verder weg worden gehaald en gebracht met de ‘schoolbus’. Een vrachtwagen met daarin wat ramen en wat bankjes. De wagen kwam propvol te zitten, hij rijdt al terwijl er nog kinderen instappen en bij het rijden hangen te kinderen half uit de ramen. Sommige kinderen moeten wel een uur met de ‘bus’ naar huis hobbelen.

De schoolbus
Kindertjes die altijd bij de bus waren (kinderen van de chauffeur?)

Onderzoek
Over het onderzoek: Er was een neurologisch en een neuropsychologisch deel. Wij organiseerden samen met een Surinaamse student het neurologisch deel. Vier andere Surinaamse studenten deden het neuropsychologisch deel. We namen verschillende testjes af zoals, balans, gevoel en ze moesten verschillende bewegingsopdrachten doen. Het afnemen van de testen verliep goed, ondanks dat de meesten nauwelijks Nederlands spreken, terwijl dat wel de taal is die er op school wordt gesproken. Soms ook kinderen van een jaar of 11 die nauwelijks Nederlands spreken. Dan vraag je je af hoe dat kan na al jaren basisschool. De mensen die de testen ondergingen zeiden en vroegen vaak weinig. Geen vragen wat en waarom je dingen doet. Bij de kinderen merk je helemaal dat ze bangig zijn voor volwassenen.

Diadochokinese: bewegingen maken met de voet

Figuren voelen

Meten van ataxie: stippen zetten met de vinger



Meten van tremor: kijken of het blaadje gaat trillen

Balanceren met de ogen dicht

’s Ochtends deden we de kinderen van de scholen, ’s middags kinderen en vrouwen. Of het een vrouw was of een meisje was vaak enorm moeilijk te zien. Zolang meisjes hun schoolkleren aan hebben, kan je zien dat het om een kind gaat. Maar als meisjes ’s middags komen met soms meerdere kinderen, zie je echt niet meer hoe oud ze zijn. Alleen door de geboortedatum wist je hoe oud ze waren. Vaak zagen we meisjes van een jaar of 14, 15, 16 die kinderen hadden of hoogzwanger waren, we zagen oma’s van nog geen 30 jaar. Vrouwen zien er vaak een stuk ouder uit, soms zijn ze nog geen 30 en missen meerdere tanden. Het lastige van de geboortedatums was, dat heel veel mensen dat niet weten. Ze weten niet in welk jaar ze geboren zijn en ook niet op welke dag en maand. Zowel veel volwassenen als kinderen wisten dat niet. Dan moest het familieboekje erbij gehaald worden om het op te zoeken.
We zagen pangi’s (omslagdoeken) in alle kleuren, bijna niemand heeft een rok of broek aan. En vlechtjes in allerlei variaties op het hoofd gebonden.




Ston Island
We sliepen in een hutje direct aan het meer en hadden daarnaast nog een eet/kookhut. Elke ochtend zagen we de zon boven het meer opkomen en als we ’s middags een beetje op tijd waren, konden we nog even baden in het meer.

Ons huisje

Toen we een avond pas tegen een uur of 7 terug naar Ston Island gingen, hoorden we een raar geluid onder het busjes vandaan komen, waarschijnlijk van een beest. Even later leek het geluid meer van binnenuit de bus te komen. Het geluid kwam steeds terug. Het was een enorm gegil in de bus, we zaten met de voeten op de bank, zelfs net voordat we uitstapten hoorden we het weer, dus iedereen sprong er snel met een grote sprong uit. Maar we konden niks vinden, dus weten niet om wat voor beest het ging.

We hebben de eerste paar dagen veel meer mensen kunnen testen dan gepland was, dus hadden we een middag eerder vrij. We zijn gaan varen over het stuwmeer. Een rare todo (kikker) zorgde voor heel wat paniek in de boot. Er werd gegild, en er werd met een plank op los geslagen. Blijkbaar is een rare kikker iets om bang voor te zijn. We zijn onderweg ook gaan zwemmen en gaan hengelen. Stuk voor stuk werden de pirengs (piranha’s) uit het water gehaald. En minstens net zo vaak beten de pirengs de kip gewoon van de haak af. Een stuk of 10 vissen, viste onze groep uit het water, die later werden schoongemaakt en werden gebakken door studenten van onze groep.






Vis werd gebakken

Want naast het werken met de binnenlandse bevolking, hebben we deze week dus ook kennis gemaakt met een groep Surinaamse studenten. De meeste van die studenten waren trouwens ouder dan ons. Interessant ook om hun verhalen te horen, hoe ze leven, studie combineren met werk, gemotiveerd voor hun studie zijn, ongeveer allemaal studiewerk mee hadden, en doelbewust bepaalde dingen doen. En je merkt dat zij net als ons dachten over dingen als de omgang met de kinderen in het binnenland.

Marit, Joep, Gini, Reschma, Marilva, Evert, Telina, Lisette (uitvoerder van het onderzoek)

Het was dus weer een bijzondere week!

Liefs Marit en Joep